Wat kan ik ondernemen wanneer iemand een domeinnaam registreerde waar ik rechten op bezit ?

Wanneer blijkt dat een domeinnaam geregistreerd werd waarop iemand anders rechten op bezit staan er meerdere mogelijkheden open:

  1. De procedure voor de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg die steunt op de Wet van 26 juni 2003 op het Wederrechtelijk Registreren van Domeinnamen.
  2. De door de ICANN opgestelde Uniform Domain Name Dispute Resolution Policy (UDRP) die binnen de schoot van de World Intellectual Property Organisation (WIPO) wordt georganiseerd.
  3. De door CEPINA georganiseerde alternatieve geschillenbeslechting (arbitrage-procedure), die eigenlijk een toepassing is van de UDRP.

1. Wet van 26 juni 2003 op het Wederrechtelijk Registreren van Domeinnamen

Een bijzonder krachtig en flexibel wapen voor de merkhouder is de Wet van 26 juni 2003 op het Wederrechtelijk registreren van domeinnamen.
Elke partij die een legitiem belang in de domeinnaam kan aantonen n een recht kan laten gelden, kan een verzoek tot staking indienen bij de Voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg.

Deze wet is van toepassing op:

  • alle domeinnaam-registraties verricht door personen met woonplaats of vestiging in België. (Voorbeeld: een Belg registreert "MicrosoftWindows.com" : de Wet van 26 juni 2003 is van toepassing).
  • elk geschil omtrent een .be-domeinnaam, ongeacht de nationaliteit van diegene die de domeinnaam registreerde. (Voorbeeld: een Chinees registreert de domeinnaam "Belgakom.be" : de NV Belgacom zal op basis van de Wet van 26 juni 2003 kunnen optreden).

Om tot wederrechtelijke registratie te kunnen besluiten moet voldaan zijn aan drie voorwaarden:

  1. de domeinnaam overeenstemmen met of sterk gelijken op het onderscheidingsteken van de eisende partij.
  2. de domeinnaamhouder kan geen recht of legitiem belang laten gelden op de domeinnaam.
  3. de domeinnaamhouder moet handelen met het doel om een derde schade te berokkenen of een ongerechtvaardigd voordeel te bekomen.

De achillespees van de Domeinwet is dat de stakingsvordering niet succesvol zal kunnen worden ingesteld wanneer de oorspronkelijke registratie te goeder trouw was, maar later een gebruik te kwader trouw wordt vastgesteld. Een uitweg hiervoor biedt de CEPINA alternatieve geschillenregeling waarbij de initiële goede trouw geen rol speelt indien nadien gebruik te kwader trouw wordt bewezen.

Wanneer de vordering succesvol is, kan me de overdracht van de domeinnaam bekomen.

2. UDRP-procedure

De Uniform Domain Name Dispute Resolution Policy (UDRP) werd in het leven geroepen door ICANN en wordt praktisch georganiseerd door de WIPO. De UDRP is van toepassing op alle generieke toplevel domeinen (voorbeelden: .com / .net / .org / .info) en houdt in dat overdracht van een domeinnaam bekomen kan worden wanneer aan drie voorwaarden cumulatief voldaan is:

  1. de domeinnaam moet identiek zijn aan het merk van eiser of er zodanig mee overeenstemmen dat er verwarring kan ontstaan.
  2. de houder van de domeinnaam mag geen rechten of rechtmatige belangen laten gelden op de domeinnaam.
  3. de houder moet de domeinnaam zowel te kwader trouw hebben geregistreerd als te kwader trouw hebben gebruikt.

De UDRP is een gezaghebbende doch niet-bindende geschillenregeling. Dit houdt in dat aanvechting van de beslissing mogelijk is bij de gewone rechterlijke instanties. In de praktijk wordt dit zelden ingesteld.

De procedure verloopt grotendeels elektronisch: na ontvangst van de klacht wordt een panel aangesteld van arbiters. De domeinnaam-houder krijgt dan een periode van twintig dagen om te reageren.

3. Alternatieve geschillenbeslechting in België

In België werd de UDRP uitgewerkt door CEPINA, het Belgisch Centrum voor Arbitrage en Mediatie. De procedure lijkt sterk op de eerder behandelde UDRP.
Dezelfde drie voorwaarden gelden: (1) identiciteit met een merk dat verwarring sticht, (2) de domeinnaamhouder heeft geen rechten of legitieme belangen op de domeinnaam en (3) deze wordt zowel te kwader trouw geregistreerd als gebruikt.

Vanuit merkenrechtelijk standpunt is het belangrijk om vast te stellen dat uit verschillende arbitrale uitspraken blijkt dat het niet noodzakelijk is dat het merk dateert van vóór de registratie van de domeinnaam. Het loutere feit dat eiser een merk kan bewijzen volstaat, anterioriteit is niet vereist (uitspraak).

Inroepen dat een domeinnaam generiek is en een eventueel merk dus onderscheidend vermogen ontbreekt, kan door de arbiter niet in aanmerking genomen worden. Dergelijke aanvechting van een merk moet voor de bevoegde rechtbank gebeuren, niet via de arbiter (uitspraak).

Afwezigheid van belang of recht aantonen komt neer op het (onmogelijk) leveren van een negatief bewijs (negativa non sunt probanda). Daarom wordt aanvaard dat de eiser moet aantonen dat - gelet op de omstandigheden - er ernstige gronden zijn om aan te nemen dat de eigenaar geen recht of belang heeft op de domeinnaam (uitspraak).

In haar recent aangepaste Algemene Voorwaarden voert de vzw DNS.BE een specifieke regeling in waarbij de merkhouder een deel van de gemaakte advocatenkosten kan recupereren van de domeinnaamhouder die in het ongelijk wordt gesteld.
Artikel 10, k van de Algemene Voorwaarden stelt: "als de derdebeslisser besluit dat de domeinnaamregistratie moet doorgehaald of overgedragen worden, zal DNS BE de helft van deze kosten terugbetalen aan de klager en het aldus terugbetaalde deel terugvorderen van de domeinnaamhouder."

Bart Demyttenaere (Lic. Rechten)
Zaakvoerder DNEX.be

Contacteer de auteur